Talen

Twaalf stadspoorten

Lang geleden omringde een indrukwekkende stadsmuur met 12 stadspoorten en meerdere torens onze stad. In de vroege 11e eeuw werd de eerste omwalling gebouwd uit aarde. Door de groei van de stad volgde een grotere omwalling in de tweede helft van de 13e eeuw. Aan het einde van de 14e eeuw bestond ze volledig uit steen. Later plaatste men ook kanonnen en andere verdedigingstechnieken op de omwalling.


Geschiedenis

Lang geleden omringde een indrukwekkende stadsmuur met 12 stadspoorten en meerdere torens onze stad. In de vroege 11e eeuw werd de eerste omwalling gebouwd uit aarde. Door de groei van de stad volgde een grotere omwalling in de tweede helft van de 13e eeuw. Aan het einde van de 14e eeuw bestond ze volledig uit steen. Later plaatste men ook kanonnen en andere verdedigingstechnieken op de omwalling.

Elke poort was voorzien van zware deuren, een ijzeren hek dat kon worden neergelaten, een houten ophaalbrug en allerlei buitenversterkingen. Vele poorten hadden een voorpoort ter verdediging van de hoofdpoort en brug. De poorten waren onderling verbonden door een muur met kleine torentjes en poortjes.

De poorten, omwalling en gracht, in zijn geheel de vest genoemd, beschermden de stad tijdens een belegering en waren controleposten voor wie in en uit de stad kwam. Ook werd in vele poorten buskruit en wapens bewaard. In sommige vond je gevangenissen waar soms geesteszieken of soldaten werden opgesloten. Andere waren dan weer de plek waar je specifieke producten zoals haring kon kopen.

Passanten en handelaars moesten vaak een tol betalen aan de poortwachter, een belangrijke inkomst voor de stad. In de eerste helft van de 19e eeuw werden samen met de vest ook de grote stadspoorten stapsgewijs afgebroken. Na hun sloop werden ze vervangen door kleine tolhuisjes, ook wel commiezenhuizen genoemd.

Macht en welvaart

Naast veiligheid speelde ook prestige een rol. De stadsomwalling vormde de harde grens tussen stad en platteland. Hoog oprijzende poorten en stevige muren bevestigden de voorspoed en macht van de stad en maakten indruk op naderende reizigers en andere machten. Daardoor werden de poorten zeer mooi afgewerkt: soms zijn het bijna kleine kastelen. Een groot stuk van de stadskas ging dan ook naar het onderhouden en verbeteren van de vest.

Het uitgraven van de Afleidingsdijle, 1900. © Regionale Beeldbank
(c) Regionale Beeldbank

Stadsgracht

Rondom de stadsomwalling stroomde een stadsgracht. Enkel via bruggen kon je toen de stad bereiken. Die doorgangen werden bewaakt door een stadspoort, die de stad kon afsluiten door de bruggen op te halen. De Mechelse stadsgrachten waren ook een belangrijke handelsroute voor boten.

Mechelen beschikte over een watermolencomplex dat ook de waterstand van de stadsgracht regelde. Bij gevaar van buitenaf pompte men het water van de Dijle buiten de stad naar de stadsgracht. Op deze manier kreeg je een soort moeraslandschap waardoor het onmogelijk was om de stad binnen te varen. Door het aanleggen van de Afleidingsdijle (1893-1907)  werden al deze molens afgebroken. Enkel de Volmolen bleef gespaard. Je vindt er vandaag café ViaVia in de Kruidtuin.

In de 19e en 20e eeuw werd de zuidelijke halve grachtring opgevuld. De noordelijke grachtring werd verbreed en aangelegd als de Afleidingsdijle.

De Hendrik Speecqvest rond 1900. © Regionale Beeldbank
Oude boulevard Mechelen
(c) Regionale Beeldbank

Prachtige boulevards, groene pleinen en parken

Een gewijzigde oorlogsvoering aan het begin van de 19e eeuw, maakte stadsmuren overbodig. De omwalling en vele legergebouwen moesten aangepast worden. Zo brak men grote stukken van de muur en een aantal poorten af vanaf de 19e eeuw. Maar de afbraak van de poorten, muren en de opvulling van de grachten had ook een andere functie: het aangenamer en mooier maken van de stad. Zo werden er op de plek van de afgebroken stadsmuren en -poorten prachtige boulevards, groene pleinen en parken aangelegd. Daarop stonden talrijke bomen zoals olmen, lindebomen, eiken en canadapopulieren. Het werd een ontmoetingsplek.

Door de jaren heen werden de vesten steeds meer aangepast aan het toegenomen gemotoriseerd verkeer. Ook verschillende tramlijnen liepen langs en door de stad. Groen maakte plaats voor asfalt. En fietsers en voetgangers kregen steeds minder ruimte op de vesten. Met de Nieuwe Vesten willen we dat evenwicht herstellen. Er blijft voldoende ruimte voor gemotoriseerd verkeer. Tegelijk geven we fietsers, voetgangers en het openbaar vervoer meer en daarbij een veiligere ruimte. De vesten worden opnieuw groener.

Over de beelden van de poorten

De 3D-beelden van de poorten die je op onze website ziet, zijn van de Mechelaar Wilfried Montald. Hij wil de boeiende geschiedenis van de stadspoorten terug tot leven brengen. Wilfried startte deze hobby in volle pandemie. Op termijn wil hij de hele stad uitwerken zoals ze was rond de 16e en 17e eeuw. De beelden die je hier ziet, zijn enkel van de stadsomwalling en poorten. De omgeving daarrond moet hij nog verder uitwerken. Zijn werk is een impressie die de geschiedenis zo accuraat mogelijk benadert. Volg zijn werk op montald.com.

De overige beelden die je hier ziet, zijn van het Stadsarchief Mechelen. Zelf in de geschiedenis duiken? Je vindt veel informatie op stadsarchiefmechelen.be en regionalebeeldbank.be.


Brusselpoort

De Brusselpoort kreeg haar naam doordat op dezelfde locatie in 1698 een weg naar Brussel werd aangelegd. Ze werd ook Hoogpoort genoemd (naar de Hoogstraat) en Overstepoort, omdat ze op het hoogste punt van de stad staat. Door de jaren heen zal de Brusselpoort ingezet worden als telegrampaal, schuiloord tijdens WOII, kunstatelier en meer. Vandaag worden de poppen van figurentheater DE MAAN bewaard in de poort.

Wist je dat er ook een Oude Brusselpoort was?

Die bevond zich aan het einde van de Oude Brusselsestraat en verbond de stad via de Tervuursesteenweg met Brussel. De nieuwe, huidige Brusselpoort nam de rol als verbindingspoort met Brussel over na de aanleg van de nieuwe steenweg in 1698. De Oude Brusselpoort sloot in 1745 en werd in 1839 afgebroken.


Adegempoort

De Adegempoort was verbonden aan wegen naar Sint-Niklaas, Dendermonde en Gent, en werd daarom ook wel de Gentsepoort genoemd. Ze was wel 45 meter hoog. Tot 1578 had ze klokkentorens die alarm sloegen bij gevaar.


Nekkerspoelpoort

Aan het uiteinde van de Keizerstraat bevond zich tot 1812 de Nekkerspoelpoort. De poort kreeg in de 17e eeuw een ander uitzicht door de afbraak van de twee verdiepingen, die vervangen werden door een enkele bakstenen constructie.

Handel speelde net zoals bij de andere poorten ook hier een belangrijke rol. Niet enkel door tol te vragen aan handelaars en door het verbinden van de stad met de hoofdweg naar Heist-op-den-Berg en de Kempen (haar andere naam Diestsepoort verwijst hiernaar), maar ook als een plaats waar handel gedreven werd. Zo mocht enkel hier en in de Sint-Katelijnepoort haring verkocht worden.


Winketpoort

De Winketpoort of Waterpoort was een belangrijke stadspoort door haar rol in de verdediging van de waterwegen. Ze bevond zich op het kruispunt van de Dijle met de stadsomwalling, waar vandaag de Winketkaai en Olivetenvest samenkomen.

Aan deze poort was er geen brug over de Dijle tot 1564. Tot dan maakte men een brug van schepen om de oversteek te maken bij speciale gelegenheden waaronder processies. Vanaf 1564 maakte een ophaalbrug het eenvoudiger om de Dijle over te steken. Op diezelfde plek ligt nu de Winketbrug.


(c) Regionale Beeldbank

Nonnenpoort

De Nonnenpoort dankt haar naam aan haar functie als toegangspoort tot de stad voor Mechelse nonnen die verbleven in de kloosters van Thabor en Blijdenberg, gelegen buiten de stad. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werden beide kloosters in 1572 verwoest, waarna ook de poort haar functie verloor en werd afgebroken.

Centjesmuur

De Centjesmuur aan de Guido Gezellelaan werd na 1660 gebouwd als deel van de afsluiting van het Groot Begijnhof van Mechelen. Deze muur, waarvan ongeveer de helft nog overeind staat, werd oorspronkelijk Oordjesmuur genoemd. Om de muur te bouwen, betaalden de begijnen wekelijks een oordje, de kleinste waarde van de toenmalige munten. Met de omvorming van het geld wijzigde de naam in Centjesmuur. De centjesmuur was geen deel van de omwalling rond de stad.


Zandpoort

Aan het uiteinde van de Bleekstraat stond de Zandpoort, vooral gekend als de poort die door een blikseminslag werd verwoest. In de nacht van 7 augustus 1546 woedde boven Mechelen een verschrikkelijk onweer. De bliksem sloeg in op de Zandpoort, waar 40.000 kilogram buskruit bewaard werd. Een enorme explosie volgde, met de totale vernieling als gevolg. Tot ver in de stad mat men schade op door het weggeslingerd puin van de Zandpoort. Tot op vandaag wordt er een weggeslingerde steen bewaard in het Mechelse stadsdepot. Mechelen was overigens in de 16e eeuw een befaamd centrum van buskruitproductie en kanonnengieterij.